De klimaatkwestie is naar onderen getuimeld op de internationale politieke agenda. Onrustwekkend, vindt Hans Bruyninckx. Bruyninckx is specialist internationaal klimaatbeleid en directeur van het Leuvense HIVA.
Eind deze maand buigen enkele duizenden klimaatonderhandelaars zich in het Zuid-Afrikaanse Durban opnieuw over de toekomst van het internationaal klimaatbeleid. De tijd dringt: in 2012 loopt het Kyoto-protocol af en in principe is vanaf dan geen enkel land nog gebonden aan welke internationale afspraak ook. Na de geringe vooruitgang die in Kopenhagen (2009) en Cancun (2010) geboekt is, wordt het dus onderhandelen met de rug tegen de muur.
Een aantal elementen zijn noodzakelijk om te begrijpen waar het in Durban om draait:
- De uitstoot van broeikasgassen is in de laatste twee decennia sterk toegenomen. In vergelijking met 1990, het jaar dat de onderhandelingen over het Klimaatverdrag (UNFCCC) begonnen, stoten we globaal ongeveer 40 procent meer uit. Een overweldigend succes kan dit alvast niet genoemd worden.
- De wereld is grondig aan het veranderen, ook wat betreft de klimaatkwestie. China is de VS voorbijgestoken als grootste uitstoter van broeikasgassen en ook India kent een sterke groei. Wat meer is, de verwachte verdere toename van de uitstoot situeert zich vooral in de nieuwe groeilanden. Het is dus ondenkbaar om een effectief klimaatbeleid te voeren zonder hun structurele bijdrage. Nochtans hebben zij onder het huidige Kyoto-protocol geen enkele verplichting!
- Ondanks drie jaar Obama-administratie is er in de VS zelfs nog geen aanzet te merken van een nationaal klimaatbeleid. Iedere poging stuit op hevig verzet van congresleden die uit 'energiestaten' komen of rijkelijk gesponsord worden door de energiesector, de auto- of de chemische industrie. Een poging van Obama om een klimaatplan door het Congres te loodsen is faliekant mislukt. Hij lijkt in ieder geval niet van plan, of in staat, om verder politiek kapitaal in te zetten op dit thema. Om herverkozen te worden moet de economie draaien en de werkloosheid dalen: dat zijn nu eenmaal de prioriteiten in het komende verkiezingsjaar. Ook de VS heeft op dit moment geen enkele verplichting om zijn uitstoot te verminderen.
- Het Kyoto-protocol legt dus enkel bindende uitstootverminderingen op aan de EU, Japan, Canada, Australië en enkele andere industrielanden. Dat verklaart meteen waarom we desondanks een sterke toename van broeikasgasemissies zien.
- Ondertussen verbetert en verfijnt de wetenschappelijke basis over de klimaatproblematiek. De modellen en dus ook de toekomstvoorspellingen worden steeds beter omdat we meer meten en de klimaatmechanismen doorgronden. Verontrustend is dat wetenschappers steeds meer waarschuwen voor dynamieken die klimaatverandering nog versnellen en voor de onomkeerbaarheid van een aantal gevolgen. In de komende 10 jaar zou de uitstoot moeten pieken, zo luidt hun advies.
Ondanks al deze vaststellingen staat de klimaatproblematiek blijkbaar minder centraal op de politieke agenda dan twee jaar geleden. In de aanloop naar de klimaatconferentie in Kopenhagen (2009) was er een pak meer politieke aandacht, publiek debat, en ook media-aandacht. De sense of urgency die er toen was, lijkt op dit moment (minstens gedeeltelijk) weggeëbd. Enkele verklaringen liggen voor de hand. De financiële en economische crisis domineert reeds twee jaar de Europese en internationale politieke agenda. De crisis heeft dan ook gevolgen voor de klimaatproblematiek. Uitstootcijferaars rekenen voor dat de economische problemen tijdelijk een positief effect hebben op de uitstoot van landen die hun economie zagen krimpen of die een groeivertraging kenden; maar vrolijk worden over dit onbedoelde neveneffect van de crisis gaat wat ver. Een minder besproken gevolg betreft de investeringen in de noodzakelijke innovatie van energiesystemen.
Uit recent studiemateriaal blijkt dat een aantal landen en bedrijven budgetten terugschroeven voor investeringen in hernieuwbare energie en onderzoek naar koolstofarme alternatieven voor olie en kolen. Deze vereisen vaak een begininvestering die men nu niet wil maken, omwille van onzekere overheidsbudgetten, onstabiele investeringsomstandigheden en andere financieel-economische bezorgdheden. Ook onzekerheden over overheidsbeleid (reglementering van energiemarkten, subsidiestelsels, investeringsprogramma's, ondersteuning van onderzoek , .) dragen bij tot een ongunstig klimaat voor de transitie naar een koolstofarme samenleving. Oude technologie wordt verlengd in levensduur en op korte termijn goedkopere energiebronnen blijven de norm.
Zo zien we vertragingen in investeringen in zonne- en windenergie in tal van landen. Nochtans leefde in 2008 de overtuiging dat we door investeringen in groene groei de crisis te lijf konden gaan en meteen ook op een pad van langetermijn duurzaamheid zouden terecht komen. Twee vliegen in één klap dus. Vandaag is de financiële (systeem)crisis zo allesoverheersend dat de intellectuele en creatieve ruimte en vooral ook de tijd ontbreken om naar de gesuggereerde win-win oplossingen te zoeken.
Het eindeloze proces van regeringsvorming is dan weer een verklaring in de Belgische context. Terwijl twee jaar geleden de Belgische voorbereiding voor Kopenhagen politiek belangrijk was en ook in de media besproken werd, is er op dit moment weinig beweging te merken. Besparen en de afspraken rond de staatshervorming uitvoeren lijken op dit moment ruim voldoende om de agenda te vullen. Bovendien is er bij veel politici niet de minste sense of urgency merkbaar. Het lijkt wel of ze immuun zijn voor het verschijnsel klimaatverandering.
Ongunstig gesternte
En dus trekt de wereld onder een ongunstig gesternte naar Durban. Andere prioriteiten domineren, middelen om klimaatbeleid te voeren staan onder druk, en de publieke opinie lijkt niet in staat om klimaatverandering op de politieke agenda te zetten. Bovendien zijn de twee grootste uitstoters (de VS en China) op dit moment niet bereid om een bindend verdrag te aanvaarden. De EU op haar beurt is niet bij machte om intern de ambities aan te scherpen of veel invloed op andere belangrijke uitstoters uit te oefenen. De ontwikkelingslanden blijven (grotendeels terecht) verwijzen naar de historische verantwoordelijkheid van de industrielanden en eisen compensaties, maar zijn zelf niet in staat om een pad voor de toekomst uit te tekenen. Ook de groeilanden lijken niet bereid om verantwoordelijkheden op te nemen. De barometer staat dus niet echt op mooi weer in Durban.
Een mislukking van de onderhandelingen is zeer reëel. Dat wil zeggen dat er waarschijnlijk geen harde engagementen over uitstootverminderingen voor de industrielanden en uitstootbeperkingen voor de groeilanden komen die in de richting gaan van wat wetenschappers adviseren. Dat betekent dat we na meer dan 20 jaar overleg moeten toegeven dat we nergens staan. Uiteraard zal er wel enige vooruitgang geboekt worden: een document rond het 'klimaatfonds' zal voorliggen; wellicht zal ook verder gekeken worden naar de uitbreiding van marktmechanismen en emissiehandel; ook rond een aantal meer technische zaken zal wel hier en daar een succesje te rapen vallen; misschien zal zelfs een soort verlenging van het Kyoto-protocol uit de bus komen. Dat geheel zal diplomatiek verpakt worden als een positief resultaat. Of het is waar de wereld op zit te wachten en de toekomstige generaties recht op hebben is echter zeer te vrezen.
We moeten stilaan concluderen dat het internationale systeem ook op dit thema dreigt stuk te lopen. Als het klimaat een bank was zouden we wellicht op dit moment van top naar top leven om het probleem aan te pakken. Misschien moeten we er eens aan denken om klimaatverandering in kwartaalcijfers uit te drukken?

© De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.